Vandaag stappen we in Brussel op de TGV en binnen 1 uur en 22 minuten staan we in hartje Parijs. We ervaren dit collectief als het toppunt van snelheid; een knap staaltje efficiëntie dat ons moeiteloos door Europa loodst. Maar is dat ook zo? Is die tachtig minuten durende reis werkelijk de limiet, of is onze perceptie van snelheid simpelweg begrensd door de technologie van gisteren?
Als we luisteren naar ondernemers zoals Jurgen Ingels, dan is de hamvraag voor de wereld van morgen hoe we tijd kunnen comprimeren. Het gaat niet om “iets sneller” gaan, maar om het fundamenteel herschrijven van de regels.
Kijk naar de Hyperloop. In de nabije toekomst schiet deze technologie ons in slechts 18 minuten van Brussel naar Parijs. Op dat moment wordt de 1u22 van vandaag plotseling pijnlijk traag. Om die brute kracht van tijdcompressie tastbaar te maken, hoef je alleen maar naar je smartphone te kijken. Bestel vandaag een pizza via Uber Eats of Just Eat, wacht je gemiddeld 35 minuten op je maaltijd.
In de wereld van morgen bestel je dus een authentieke pizza in een zijstraatje van de Champs-Élysées, en hij wordt via de Hyperloop dampend heet bij jou in Brussel afgeleverd – nog vóór de lokale pizzeria in je eigen straat de bestelling heeft kunnen inpakken.
Dit voorbeeld illustreert de brute kracht van technologie om dingen fundamenteel sneller te doen. Snelheid is niet langer een luxe; het is de ultieme hefboom die frictie uit processen haalt en markten volledig op hun kop zet. Wie de tijd weet te comprimeren, wint niet alleen minuten, maar wint de markt.
De echte vraag is dan ook niet of we deze versnelling kunnen bijhouden, maar hoe we haar in ons voordeel gebruiken. Welke impact zou snelheid (of dergelijke tijdcompressie) hebben op jouw bedrijf of jouw industrie? Als de ‘onmogelijke’ snelheid van vandaag de standaard van morgen wordt, ben je dan de pizzeria die wacht, of deze die levert?
B.